Imitatie als startpunt
Behang begon als vervanger. Wie geen wandtapijten of goudleer kon betalen, kocht bedrukt papier dat die materialen nabootste: geschilderde plooien van damast, geperste patronen die op leer leken.
De vroegste vellen waren klein, ter grootte van een vel handgeschept papier, en werden als een lappendeken op linnen geplakt. Pas toen papier op rol geproduceerd kon worden, verdween dat raster en werd de wand één doorlopend vlak.
Blokdruk en flock
Patronen werden met houten blokken gedrukt, één blok per kleur. Elke kleur vroeg een eigen doorgang en een nauwkeurige pasvorm; bij oud behang zijn de kleine verschuivingen tussen de kleuren nog te zien.
Een bijzondere variant is het flockbehang. Op een gedrukte lijmlaag werd geschoren wolstof gestrooid, waardoor een fluweelachtig reliëf ontstond dat damast benaderde. Het voelde als textiel maar kostte een fractie ervan.
Chinees behang per baan
Vanaf de achttiende eeuw kwamen met de Oost-Indische handel beschilderde papieren uit China mee. Die waren niet gedrukt maar met de hand geschilderd, en het patroon herhaalde zich niet.
De banen vormden samen één doorlopend tafereel: een tuin met vogels, of een rijstoogst van planten tot pakken. Omdat elke set uniek was, werden de banen op maat van de kamer besteld, en bij verhuizing soms afgenomen en meegenomen.
Wat de rol veranderde
Machinaal bedrukt rolbehang maakte de wandbekleding vanaf de negentiende eeuw voor bijna iedereen bereikbaar. Daarmee verschoof de betekenis: behang was niet langer een teken van vermogen maar een kwestie van smaak.
Dat had ook een keerzijde. Goedkope massaproductie riep bij ontwerpers weerstand op tegen wat zij als slap nabootsen zagen, en juist die kritiek voedde de hervormingsbewegingen aan het eind van die eeuw.
Wat oud behang verraadt
Restauratoren vinden in oude huizen vaak tien of meer lagen behang boven elkaar. Elke laag is een datering, en samen vormen zij een tijdlijn van de kamer.
De onderste lagen zitten meestal op een linnen doek dat op een houten raamwerk was gespannen, los van het metselwerk. Die luchtlaag hield het papier droog en verklaart waarom juist het oudste behang het soms het langst heeft uitgehouden.
Belasting op papier
In Engeland werd behang van 1712 tot 1836 belast, per vierkante el en met een stempel op de achterkant van elk vel. Dat stempel is nu een dateringsmiddel: wie het aantreft, weet dat het papier uit die periode komt en waar het is gekeurd.
De heffing had ook gevolgen voor het uiterlijk. Om de belasting te ontlopen werd effen papier verkocht en pas na het plakken met blokken bedrukt of met sjablonen versierd. Wat op het oog eenvoudiger behang lijkt, is dan het gevolg van een fiscale regel en niet van armoede.
