Kalk die versteent
Een fresco is geen verf op een muur maar verf in een muur. De schilder brengt pigment aan dat alleen in water is aangemaakt, op een verse laag kalkpleister die nog vochtig is. Terwijl die laag droogt, reageert het calciumhydroxide in de kalk met koolzuur uit de lucht en verandert het in calciumcarbonaat. Het pigment raakt daarbij ingesloten in een dun, hard kristallaagje dat onderdeel van de wand wordt.
Daar komt de duurzaamheid vandaan. Een fresco bladdert niet af zoals een verflaag, want er is geen laag die los kan raken. Zolang de drager gezond blijft en het vocht wegblijft, kan het beeld eeuwen mee. De keerzijde is dat de techniek geen enkele aarzeling verdraagt.
Werken op de klok
De kalk blijft maar een beperkt aantal uren opnamebereid. Daarna hecht het pigment niet meer en verpoedert het later alsnog. De schilder pleistert daarom elke ochtend precies zoveel muur als hij die dag denkt te kunnen schilderen: een giornata, een dagwerk.
Die dagvakken zijn bij schuin licht nog altijd zichtbaar als fijne naden, want de randen van het verse pleister worden tegen het al harde werk van gisteren aangesneden. Wie de naden telt, telt de werkdagen. Voor een gezicht nam de schilder vaak een klein vak, voor een lucht een groot.
Wat er niet in kalk kan
Niet elk pigment overleeft de kalk. Sterk alkalische omstandigheden breken organische kleurstoffen af en tasten sommige mineralen aan. Aardekleuren, kalkwit en natuurlijke oker houden zich prima; azuriet en veel plantaardige lakken doen dat niet.
Daarom kregen juist de kostbare partijen, een blauwe mantel of een gouden zoom, vaak een afwerking a secco: op de droge muur, met een bindmiddel als lijm of ei. Dat is wel een echte verflaag, en die kan loslaten. Veel middeleeuwse fresco's missen tegenwoordig precies die accenten, wat het werk killer maakt dan het bedoeld was.
Voorbereiding onder de verf
Onder de eindlaag zit meestal een ruwere pleisterlaag waarop de compositie werd voorbereid. In Italië heette die ondertekening de sinopia, naar de roodbruine aarde uit Sinope waarmee zij werd gezet.
Later gebruikte men kartons: tekeningen op ware grootte waarvan de contouren met een naald werden doorgeprikt en met houtskoolpoeder op de natte muur gestoft. Bij restauraties komen die hulplijnen soms tevoorschijn, en dan is te zien hoe de schilder onderweg van gedachten is veranderd.
