Goud dat geen goud is
Goudleer heet zo, maar bevat doorgaans geen goud. Op geprepareerd kalfsleer werd bladzilver gelegd, dat vervolgens met een gele harsvernis werd overgoten. Onder die laag oogt het zilver als warm bladgoud.
Daarna werd het vel in een houten matrijs geperst, zodat er reliëf ontstond, en met olieverf beschilderd. Het resultaat is een wandbekleding die diep glanst en bij kaarslicht meebeweegt, tegen een fractie van de kosten van echt goud.
Van Noord-Afrika naar Amsterdam
De techniek kwam via islamitisch Spanje naar Europa; Cordoba was zo bekend dat men lang van cuir de Cordoue sprak. In de zestiende eeuw verplaatste het zwaartepunt zich naar de Nederlanden.
Amsterdam werd een centrum met tientallen werkplaatsen, die voor de binnenlandse markt en voor de export werkten. Nederlands goudleer hangt daardoor in paleizen en patricische huizen tot in Duitsland en Scandinavië, vaak nog met de oorspronkelijke indeling per wandvak.
Praktische voordelen
Behalve mooi was goudleer bruikbaar. Het isoleerde de wand, het nam geluid weg en het liet zich afnemen: rook van kaarsen en haardvuur sloeg neer op een oppervlak dat men kon schoonmaken, anders dan bij textiel.
Bovendien was het verplaatsbaar. De vellen werden op ramen gespannen of op een houten betimmering bevestigd, zodat een kamerbekleding bij een verhuizing meekon. In inventarissen duikt goudleer daarom op als roerend goed, met een eigen waarde naast het huis.
Waarom er weinig over is
In de achttiende eeuw raakte de mode over. Lichter behang en geschilderd houtwerk namen het over, en donkere goudleerkamers werden overgeschilderd of gesloopt.
Wat bleef, had het zwaar. Zilver onder de vernis oxideert, waardoor het goudeffect dof en grauw wordt. Het leer zelf verdroogt en scheurt bij te droge lucht, en oude vernislagen worden bruin. Een gave goudleerkamer is daarom een zeldzaamheid geworden.
Herkennen en behandelen
U herkent goudleer aan het geperste reliëf en aan de naden: het materiaal komt van huiden, dus de wand is opgebouwd uit rechthoekige vellen met zichtbare voegen.
Behoud vraagt vooral rust in het klimaat. Sterke schommelingen in luchtvochtigheid laten het leer werken, waardoor de verf- en zilverlaag scheurt. Reinigen met water of oplosmiddelen is riskant, omdat de vernis daar direct op reageert; dat is werk voor een gespecialiseerde restaurator.
Motieven en mode
De patronen volgden de smaak van hun tijd. Vroeg werk toont strak herhaald rankwerk, terwijl in de late zeventiende eeuw grote bloemslingers, vazen en vogels opduiken die over meerdere vellen doorlopen.
Dat doorlopen stelde eisen aan de matrijs en aan de plaatsing. De persmallen moesten zo worden ontworpen dat het motief bij het aansluiten van de vellen klopte, en de behanger moest de vellen in de juiste volgorde houden. In sommige kamers is te zien waar dat is misgegaan en een vel is omgedraaid.
