Een grond zonder horizon
Millefleurs betekent duizend bloemen. Het is de naam voor een achtergrond die volledig is bedekt met losse bloeiende plantjes op een effen ondergrond, meestal rood of donkerblauw, zonder aarde en zonder horizon.
De planten staan niet in een landschap; zij zweven. Daardoor blijft de wand een vlak in plaats van een venster. Waar de Italiaanse schilderkunst in dezelfde periode juist diepte zocht, houdt het millefleurs-tapijt het beeld nadrukkelijk plat, wat uitstekend past bij een voorwerp dat meebeweegt met de muur.
Botanisch nauwkeuriger dan verwacht
De plantjes zijn geen willekeurig strooigoed. Onderzoekers hebben op verschillende reeksen tientallen soorten kunnen benoemen: anjer, viooltje, madelief, aardbei, klaproos, hulst.
Dat zij herkenbaar zijn, betekent niet dat zij samen voorkomen. Soorten die in verschillende seizoenen en verschillende bodems horen, bloeien hier gelijktijdig. De tuin is een verzameling, geen plek: eerder een staalkaart van het geschapene dan een weergave van een echte weide.
De Dame met de eenhoorn
De bekendste reeks bestaat uit zes tapijten, rond 1500 in de Zuidelijke Nederlanden geweven en nu in Parijs te zien. Vijf ervan verbeelden de zintuigen: gezicht, gehoor, reuk, smaak en gevoel.
Het zesde draagt boven de tent het opschrift À mon seul désir. Wat dat precies betekent, is nooit met zekerheid vastgesteld. Uitleggers hebben er de vrije wil in gelezen, de liefde, of het afstand doen van de zintuiglijke verlangens die de andere vijf tonen. De reeks houdt haar geheim.
Dieren tussen de bloemen
Naast de hoofdfiguren wemelt het van kleine dieren: konijnen, honden, vogels, soms een aapje. Zij zijn niet louter versiering maar geven de vlakke grond leven en schaal.
Sommige dragen betekenis die voor tijdgenoten vanzelf sprak en voor ons is vervaagd. De eenhoorn en de leeuw als schilddragers wijzen op de opdrachtgever, en herhaalde wapens in de tapijten maken duidelijk voor welke familie zij werden gemaakt.
Waarom het motief terugkwam
Na de middeleeuwen raakte millefleurs uit de mode, om in de negentiende eeuw met kracht terug te keren. De belangstelling voor de middeleeuwen bracht de tapijten opnieuw onder de aandacht, en ontwerpers namen het bloemenmotief over in behang en textiel.
De stap naar de vlakke, over de hele wand herhaalde patronen van de Arts and Crafts-beweging is dan klein. Wat als geweven achtergrond begon, werd bedrukt papier: hetzelfde idee van een wand die bloeit zonder ruimte te suggereren.
Kleuren die zijn gedraaid
De tapijten ogen nu vaak roodbruin en blauwgroen, maar dat is niet hoe zij begonnen. Gele verfstoffen als wouw zijn het minst lichtecht en verdwijnen het eerst.
Daardoor verschiet groen, dat werd gemaakt door blauw en geel over elkaar te verven, naar blauw. Bladeren die nu koel blauwgroen zijn, waren oorspronkelijk fris groen. Aan de achterzijde van een tapijt, waar geen licht kwam, zijn de oorspronkelijke tinten soms nog te zien, en het verschil is doorgaans opzienbarend.
