Steentjes die licht terugkaatsen
Een wandmozaïek bestaat uit tesserae: kleine blokjes van gekleurd glas, natuursteen of terracotta. Voor wanden koos men vooral glas, want dat geeft kleuren die in steen niet bestaan en het weerkaatst licht in plaats van het te slikken.
Gouden tesserae zijn opgebouwd uit een laagje bladgoud tussen twee lagen glas. Het goud ligt daardoor beschermd, terwijl het glas erboven de glans niet dempt maar juist verdeelt. Een gouden achtergrond wordt zo geen vlak maar een levend oppervlak.
Bewust scheef gezet
Wie van dichtbij kijkt, ziet dat de steentjes niet netjes in het vlak liggen. De zetters kantelden ze licht en onregelmatig, zodat elk blokje het licht een andere kant op stuurt.
Daardoor flonkert het oppervlak bij het lopen en bij het bewegen van kaarsvlammen. Dat was geen slordigheid maar techniek: een volmaakt vlak mozaïek zou dof en dood ogen. De kunstenaar rekende op een kijker die zich verplaatst.
Waarom wand en vloer verschillen
Vloermozaïek moet belopen kunnen worden en bestaat daarom uit harde steensoorten, strak in het vlak gezet en meestal in gedempte aardetinten. Wandmozaïek hoeft niets te dragen, en dat opent de deur naar breekbaar glas en goud.
Het verschil is ook thematisch. Op vloeren vindt men geometrie, jachttaferelen en zeewezens; op wanden en gewelven de figuren die men wilde vereren. De blik moet omhoog, en het materiaal helpt daarbij.
Ravenna als leerboek
In Ravenna staan gebouwen uit de vijfde en zesde eeuw waarvan de mozaïeken vrijwel gaaf bewaard zijn. Het mausoleum van Galla Placidia is klein en donker, met een nachtblauw gewelf vol sterren; de basiliek van San Vitale is groot en goudglanzend.
Juist door dat verschil in schaal is te zien hoe het licht meespeelt. In een kleine ruimte met weinig vensters doet het mozaïek het werk van de verlichting: het vangt het schaarse licht en geeft het gespreid terug.
Een traag ambacht
Mozaïek vraagt geduld op een schaal die moeilijk voor te stellen is. Voor een muurvlak van enkele vierkante meters zijn tienduizenden steentjes nodig, die stuk voor stuk op maat werden gehakt en in de nog zachte mortel gedrukt.
Daardoor was het een van de duurste manieren om een wand te bekleden, veel kostbaarder dan schilderen. Wie mozaïek liet aanbrengen, maakte een uitspraak over middelen en over duur: dit moest blijven staan. Dat verklaart waarom de techniek juist in kerken, grafmonumenten en paleizen opduikt en zelden in gewone woonhuizen.
