Een tijdlijn onder as
Doordat de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79 hele stadswijken onder as bedolf, is in Pompeii en Herculaneum een doorsnede bewaard van ruim twee eeuwen wanddecoratie. De Duitse archeoloog August Mau bracht die in 1882 onder in vier stijlen. Die indeling is niet zonder kritiek gebleven, maar zij werkt nog altijd als hulpmiddel.
Belangrijk is dat de stijlen elkaar niet netjes aflossen. In één huis kunnen kamers uit verschillende perioden naast elkaar liggen, precies zoals een woonhuis nu ook niet in één keer wordt behangen.
Van nagebootst marmer naar diepte
De eerste stijl bootst met gekleurd stucwerk dure muurbekleding na: blokken marmer in reliëf, zonder figuren. Het is imitatie van materiaal, geen voorstelling.
In de tweede stijl wordt de wand opengebroken. Geschilderde zuilen, deuropeningen en doorkijkjes suggereren ruimte achter het pleister; men kijkt langs een balustrade een tuin of een stad in. Dat is echt illusionisme: de wand doet alsof hij er niet is.
Sierlijk en daarna fantastisch
De derde stijl draait dat weer om. De wand wordt nadrukkelijk vlak, met grote effen velden in zwart, rood of geel, omlijst door zeer dunne ornamentele lijstjes en met een klein schilderij in het midden. Het effect is verfijnd en tamelijk streng.
De vierde stijl combineert beide: opnieuw architectuur, maar nu bewust onmogelijk. Slanke zuiltjes dragen niets, gebouwen zweven, en tussen die decorstukken hangen mythologische taferelen als losse panelen. Het is theaterdecor geworden.
Wat de kleuren kostten
De kleurkeuze verraadt het budget. Geel- en roodoker, zwart uit roet en groene aarde waren betaalbaar en overal te krijgen. Vermiljoen uit cinnaber was dat niet: Plinius de Oudere noemt het uitdrukkelijk als een prijzige kleur, waarbij de opdrachtgever soms zelf het pigment leverde.
Daarom vindt men de kostbare rode velden in de ontvangstruimten en de goedkopere okers in de dienstvertrekken. De wanddecoratie vertelt zo ook iets over de rangorde van de kamers.
Wie het schilderde
Over de makers is weinig met zekerheid bekend. Namen zijn zeldzaam; wat men wel ziet, is arbeidsverdeling. De grote velden en het lijstwerk werden door ploegen aangebracht, terwijl de kleine mythologische panelen in het midden duidelijk van een geoefender hand zijn.
Die panelen lijken bovendien vaak op elkaar tussen verschillende huizen. Waarschijnlijk circuleerden er modellen, hetzij als tekeningen, hetzij uit het geheugen van rondtrekkende schilders. Een opdrachtgever koos dan een tafereel zoals men nu een ontwerp uit een catalogus kiest, waarna het ter plaatse werd uitgevoerd in het formaat dat de wand toeliet.
