Een techniek die kleur betaalbaar maakte
Steendruk, in 1796 uitgevonden door Alois Senefelder, maakte het mogelijk grote oplagen te drukken zonder de fijne lijn te verliezen. Toen daar in de negentiende eeuw kleur bij kwam, elke tint van een eigen steen, ontstond het affiche zoals wij dat kennen.
Dat was een breuk. Voor het eerst kon een beeld in tienduizenden exemplaren en op groot formaat worden verspreid, tegen kosten die geen enkele schildertechniek benaderde. De straat werd daarmee een tentoonstellingsruimte.
Van muur naar huiskamer
Affiches waren bedoeld om te plakken en weg te gooien, maar verzamelaars kwamen al snel opdagen. Zij haalden ze van de zuilen, kochten ze bij de drukker of bestelden speciale drukgangen zonder tekst.
Zo verhuisde het affiche naar binnen. Rond 1900 hingen Parijse en Weense interieurs vol met werk van Chéret, Toulouse-Lautrec en Mucha, in lijsten die eerder voor prenten waren bedoeld. Reclame werd wandkunst, en dat is zij gebleven.
Beeld dat op afstand werkt
Een affiche moest worden gelezen door iemand die voorbij liep. Dat dwingt tot vereenvoudiging: grote vlakken, weinig kleuren, zware contouren en een duidelijke hoofdvorm.
Die eisen leverden een eigen beeldtaal op die de vrije kunst beïnvloedde. De platte kleurvlakken en de decoratieve lijn van het Japanse houtsnede, die via de handel Europa bereikte, sloten daar naadloos op aan en zijn in het affiche van rond 1900 overal terug te zien.
Reproductie in de woonkamer
Wat met affiches begon, zette door met de kunstreproductie. Vanaf de twintigste eeuw kon vrijwel iedereen een afbeelding van een beroemd schilderij aan de muur hangen.
Dat riep de vraag op wat zo'n reproductie waard is. Walter Benjamin schreef er in 1935 over: door reproductie verliest een werk volgens hem zijn aura, het hier-en-nu van het origineel. Tegelijk brengt zij kunst binnen bij mensen die nooit een museum bezochten.
Wat dat voor de wand betekende
De prijs van een beeld aan de muur daalde in ruim een eeuw van onbetaalbaar naar verwaarloosbaar. Daarmee veranderde ook de betekenis van ophangen: het werd een kwestie van voorkeur in plaats van vermogen.
De keerzijde is dat een wand vol goedkope prints iets van zijn gewicht verliest. Precies daarom is de zorgvuldig gekozen enkele afbeelding, of juist een origineel, weer een statement geworden — niet omdat het beeld schaars is, maar omdat de keuze dat is.
Bewaren zonder verlies
Affiches en prenten zijn op zuurhoudend papier gedrukt en verkleuren daardoor uit zichzelf. Zure passe-partouts versnellen dat: waar het karton het papier raakt, ontstaat na jaren een bruine lijn.
Wie werk wil houden, kiest daarom zuurvrij karton en zorgt dat het papier niet tegen het glas ligt. Direct zonlicht is de andere vijand; museumglas met een uv-filter helpt, maar vervangt geen verstandige plek aan de wand. Voor kwetsbaar werk geldt hetzelfde als in musea: liever een donkere hoek dan een zonnige.
