Een wand die iets wil zeggen
In particuliere huizen versiert een wand; in openbare gebouwen betoogt hij. Stadhuizen, rechtbanken, bibliotheken en scholen lieten hun wanden beschilderen met voorstellingen die vertelden waar de instelling voor stond.
De onderwerpen zijn dan ook zelden vrijblijvend: de geschiedenis van de stad, de deugden van het bestuur, de vooruitgang van wetenschap of arbeid. Wie de zaal binnenkomt, krijgt het programma van het gebouw te lezen voordat er iemand het woord neemt.
Techniek voor de lange duur
Omdat zulke gebouwen eeuwen moeten meegaan, koos men materialen die tegen schrobben, gaslicht en drukte bestand waren: fresco, mozaïek, tegelwerk en marouflage, waarbij een op doek geschilderd werk op de wand wordt gelijmd.
Dat laatste had een praktisch voordeel. Het doek kon in het atelier worden geschilderd en pas daarna ter plaatse worden aangebracht, wat de bouw niet ophield en de schilder betere werkomstandigheden gaf.
Kunst als vast percentage
Na de Tweede Wereldoorlog kwam in verschillende landen een regeling waarbij een deel van de bouwsom van overheidsgebouwen aan kunst moest worden besteed. In Nederland ging het om de percentageregeling.
Daardoor kregen scholen, ziekenhuizen en kantoren op grote schaal muurschilderingen, mozaïeken en reliëfs. Veel van die werken zijn nu even oud als de gebouwen zelf, en delen hun lot: bij sloop of verbouwing komt de vraag wat ermee moet gebeuren.
Als de boodschap veroudert
Een wand die een overtuiging uitdraagt, kan die overtuiging overleven. Voorstellingen van kolonisatie, van vaste rolverdelingen of van een verheerlijkt verleden roepen nu andere reacties op dan bij de onthulling.
Instellingen kiezen dan uiteenlopende wegen: toelichten met een bordje, tijdelijk afdekken, een tegenwerk laten maken, of verwijderen. Elke keuze heeft nadelen, en de discussie erover gaat zelden alleen over kunst.
Behoud bij verbouwing
Wandkunst is aan het gebouw vastgemaakt en verhuist dus niet mee. Bij een verbouwing hangt het lot ervan af van wie er aan tafel zit en of het werk beschermd is.
Soms wordt een schildering achter een voorzetwand bewaard in plaats van verwijderd; dat is omkeerbaar en relatief goedkoop. Verplaatsing is mogelijk maar duur, en vrijwel altijd gaat er iets verloren, al was het maar de verhouding tot de ruimte waarvoor het werk is gemaakt.
Het gebouw kijkt terug
Wandkunst in openbare ruimten werkt anders dan in een museum, omdat niemand ervoor komt. Mensen wachten, lopen door of zitten in een rij, en zien het werk jarenlang bij toeval.
Dat vraagt om beelden die herhaald kijken verdragen. Te nadrukkelijke voorstellingen gaan vervelen; werk dat detail prijsgeeft aan wie er lang naar kijkt, houdt het langer uit. Kunstenaars die veel in openbare gebouwen werkten, hielden daar rekening mee en bouwden hun wanden op met lagen die zich pas na verloop van tijd openen.
